Tagarchief: kantoorruimte huren Leeuwarden

Verval van vastgoed

Verval van vastgoed


In de bedrijfsruimte huren Almere vorige paragraaf is de levenscyclus van vastgoed beschreven. Hierbij hebben we gezien dat in de bedrijfsruimte te huur in Nijmegen verzadigingsfase en teruggangsfase de winsten die het vastgoed genereert onder druk komen te staan. Winst is nu juist de bestaansreden van elke commerciële vastgoedorganisatie. Er is dus winstgroei nodig om in een zich ontwikkelende omgeving de relatieve marktpositie constant te houden of te vergroten. Om een constante groei te realiseren moeten levenscycli elkaar zo opvolgen dat het kantoor huren in amsterdam moment van verzadiging wordt gecompenseerd door de groeifase van een nieuwe levenscyclus. Aan de nieuwe cyclus kan een nieuw vastgoedobject verbonden zijn. Het is ook mogelijk dat door herontwikkeling de verzadigingsfase van een bestaand vastgoedobject wordt omgebogen tot een nieuwe groeifase. In figuur 1-7 is ‘het geheim’ van constante groei schematisch weergegeven.
Het levenscyclusconcept illustreert dat verval onvermijdelijk is, wanneer niet door de kantoorruimte huren Leeuwarden vastgoedmanager wordt ingegrepen. Verval komt als het ware vanzelf, terwijl groei grote inspanningen vergt van de vastgoedmanager. Omdat er een nauwe relatie bestaat tussen verval van vastgoed en de primaire doelstelling van de vastgoedmanager (het genereren van toegevoegde waarde of winst) is het noodzakelijk meer inzicht te krijgen in het vervalproces van vastgoed. Met dit inzicht kan de vastgoedmanager tijdig de verzadigingsfase en teruggangsfase in de levensloop van het vastgoed herkennen en adequate maatregelen treffen om de negatieve gevolgen op de winstontwikkeling ten goede te keren.

De gebruiker en het planvormingsproces

De gebruiker en het planvormingsproces

Het planvormingsproces kan, in de volgende fases worden verdeeld:
• Haalbaarheid (haalbaarheidsonderzoek, financieel en functioneel-technisch) • Projectdefinitie (functioneel-ruimtelijk en technisch PvE) • Ontwerp (structuurontwerp, voorlopig ontwerp, definitief ontwerp) • Prijsvorming (aanbesteding, veelal op basis van technische omschrijving en tekeningen: het ‘bestek’) • Realisatie (bouw) • Beheer Eigenaar-gebruiker
De eigenaar-gebruiker is vanaf de vroegste fases betrokken bij het bedrijfsruimte huren Almere  planvormingsproces. Hij kan veelal vanaf de haalbaarheidsfase zijn eisen en wensen formuleren, en zal zich daarbij in de eerste plaats baseren op de eigen organisatie en bedrijfsvoering. Uiteraard maakt hij daarbij gebruik van referentiegegevens uit de eigen branche of sector. Verwachte ontwikkelingen binnen de eigen organisatie kunnen optimaal in de planvorming worden betrokken. Deze zijn bijvoorbeeld: •
• Structurele groei of krimp • Seizoensgebonden veranderingen in de omvang van de ruimtebehoefte • Andere samenwerkingsvormen • Een nieuw technologisch proces

COMMERCIEEL VASTGOED
Tevens kunnen specifieke eisen voor de beheerfase in het ontwerp worden verwerkt. Dit zijn eisen met betrekking tot bijvoorbeeld: • Onderhoud • Bewaking, beveiliging • Schoonmaak
De wijze waarop eisen en wensen omtrent de huisvestingsbehoefte worden vastgelegd in de vorm van een PvE, wordt beschreven in paragraaf 4.5. Huurder
De gebruiker die huurder is, kan minder invloed uitoefenen op het plan dan de eigenaar-gebruiker. Hij wordt veelal geconfronteerd met huisvesting die kanten-klaar wordt aangeboden. Bij de ontwikkeling van gebouwen voor een nog onbekende huurder zal de aanbieder zich allereerst baseren op ervaringsgegevens. Welke eisen en wensen stelt de grootste groep potentiële gebruikers aan het gebouw? Welke innovaties hebben in de praktijk hun waarde bewezen en kunnen inmiddels als ‘marktconform’ worden beschouwd? Zelfs wanneer een eerste huurder bekend is, zal deze het kantoorpand huren Nijmegen beeld van de aanbieder slechts marginaal kunnen beïnvloeden. Ook bij een relatief langlopend huurcontract van bijvoorbeeld 10 jaar moet de aanbieder rekening houden met een economische levensduur van 25 tot 30 jaar. Vaak wordt de huurder geconfronteerd met een gerealiseerd gebouw. In huursituaties wordt de hoedanigheid van het gehuurde nauwkeurig omschreven, om duidelijkheid te verkrijgen over de verantwoordelijkheden van de aanbieder en de gebruiker. De overheid maakt hierbij bijvoorbeeld gebruik van de ‘Regeling Taakverdeling Rijkshuisvesting’ (RTR), die voortdurend wordt geactualiseerd. De particuliere markt kent de ‘Huurovereenkomst kantoorruimte’ volgens het model van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ). Bij het sluiten van een huurovereenkomst moet de huurder zich goed realiseren welke kosten gepaard gaan met het geheel “gebruiksgereed” maken van de huisvesting.
De aanbieder is in de meeste situaties verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de ‘schil’ van het gebouw (dak en gevel), gebouwgebonden installaties (klimaatbeheersing, verlichting), vaste elementen in het interieur van het bedrijfspand te huur in Amsterdam gebouw (trappenhuizen en liftkokers, sanitaire blokken, pant- ry’s) en soms ook voor enkele overige elementen in het interieur, zoals plafonds en bijbehorende verlichtingsarmaturen.


DE GEBRUIKER

De gebruiker (huurder) is veelal verantwoordelijk voor het aanbrengen, beheer en onderhoud van de rest van het inbouwpakket. Hiertoe behoren bijvoorbeeld (verplaatsbare) binnenwanden, vloerbedekking en wand- en plafondgoten voor databekabeling. Veelal behoren ook de kantoorruimte huren Leeuwarden plafonds tot de verantwoordelijkheid van de huurder.
De aanbieder is erbij gebaat dat de gebruiker niet al te specifieke inrichtingselementen toepast. Veelal vraagt de aanbieder de gebruiker om de gehuurde huisvesting bij beëindiging van de huurperiode in de oorspronkelijke staat achter te laten. Investeringen in specifiek vormgegeven balies, vergaderruimtes of werkkamers, kleurgebruik of verlichtingsconcept worden dan tenietgedaan.