Schade en de vergoeding

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Schade en de vergoeding Twee soorten schade komen voor vergoeding in aanmerking: de directe (eigenlijke) en de indirecte (oneigenlijke) planschade. Directe planschade. Hiervan is sprake als belanghebbenden kantoor huren deventer rechtstreeks in de gebruiksmogelijkheden van hun onroerende zaak zijn beperkt, bijvoorbeeld door het vervallen van een bepaalde bouwmogelijkheid. Indirecte planschade of uitvoeringsschade. Hiervan is sprake als de feitelijke realisering van het bestemmingsplan schade veroorzaakt; bijvoorbeeld het woongenot wordt beperkt door uitzichtbelemmerende bouw.
Onder de indirecte planschade kan immateriële schade vallen, bijvoorbeeld aantasting van de privacy. Dergelijke schade valt ook onder schade ex art. 6.1 Wro, maar wordt niet apart vergoed indien ze is kantoor huren zoetermeer verdisconteerd in de vergoeding voor de waardedaling van de onroerende zaak.
Tijdstip ontstaan schade Schade kan ontstaan zodra een besluit in werking is getreden: een bestemmingsplan kan bijvoorbeeld in werking zijn getreden, waarna een bouwvergunning wordt afgegeven die de waarde doet dalen van een naburige woning. De eigenaar van de woning lijdt schade hoewel het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is. In beroep zou het bestemmingsplan wellicht vernietigd kunnen worden.
178 4 Wet ruimtelijke ordening
In de uitspraak ABRvS van 15 januari 2003, AB 2003/121 ging de Afdeling ‘om’ ten opzichte van eerdere uitspraken: ‘Aangezien kantoor huren veenendaal een dergelijk besluit (i.c. een vrijstelling) in bedoelde periode schade kan hebben veroorzaakt die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoort te blijven, is de Afdeling thans – anders dan voorheen – van oordeel, dat die schade voor vergoeding in aanmerking kan komen op de voet van art. 49 WRO (art. 6.1 Wro is de opvolger van art. 49 WRO), indien het schadeveroorzakende besluit nadien alsnog onherroepelijk wordt. In dat geval is niet de datum van onherroepelijk worden, maar de datum waarop het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit rechtskracht verkrijgt beslissend voor het antwoord op de vraag of tengevolge van het nieuwe planologische regime schade is geleden. Hoewel, zoals hiervoor is overwogen, schade kan zijn veroorzaakt door een besluit dat nog niet onherroepelijk is, is de datum van onherroepelijk worden van dat besluit voor de besluitvorming niet zonder betekenis. Tot dat moment bestaat immers de mogelijkheid van vernietiging van (de kantoor huren leiden rechtsgevolgen van) genoemd besluit, in welk geval de gestelde schade niet op de voet van art. 49 WRO voor vergoeding in aanmerking kan komen. Hieruit volgt dat op een verzoek om schadevergoeding ex art. 49 WRO eerst inhoudelijk kan worden beslist na de datum van onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. Een dergelijk verzoek dient derhalve na laatstgenoemde datum te worden ingediend.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>