De gemeentelijke, provinciale en rijkscoördinatie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bij de gemeentelijke, provinciale en rijkscoördinatie van art. 3.30, 3.33 en 3.35 Wro worden de op aanvraag of ambtshalve te nemen uitvoeringsbesluiten aangeduid waarop de coördinatie betrekking heeft. Voor het beroep worden deze besluiten als één besluit aangemerkt (art. 8.3 lid 1 onder a Wro). Als men kantoor huren deventer de uitvoeringsbesluiten coördineert met een bestemmingsplan (of inpassingsplan of projectbesluit) worden de besluiten en het bestemmingsplan (of inpassingsplan of projectbesluit) voor het beroep als één besluit aangemerkt (art. 8.3 lid 1 onder b Wro).
Bij een beroep tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan of inpassingsplan kunnen geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op een aanwijzing (art. 8.2 lid 2 Wro). Tweemaal beroep tegen hetzelfde onderwerp is hier uitgesloten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op een beroep binnen twaalf maanden na afloop van de kantoor huren zoetermeer beroepstermijn (art. 8.2 lid 3 Wro). Er is geen termijn bepaald voor de beslissing op het beroep tegen een aanwijzing. Voor de beslissing op het beroep tegen gecoördineerde besluiten (bij de rechtbank of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) is een termijn van zes maanden opgenomen na ontvangst van het verweerschrift (art. 8.3 lid 2 Wro).
Voor het beroep worden als één besluit aangemerkt een besluit omtrent vaststelling van een exploitatieplan en een gelijktijdig vastgesteld bestemmingsplan; projectbesluit; een afwijkingsbesluit van een beheersverordening; of een gelijktijdig vastgestelde wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan.
Art. 8.4 Wro regelt de werking kantoor huren veenendaal van bestemmingsplan, wijziging of uitwerking, projectbesluit, afwijkingsbesluit van een beheersverordening, aanlegof sloopvergunning dan wel een tijdelijke of een Bro-ontheffing. Indien gedurende de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of de voorzieningenrechter (van de rechtbank) een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist. Het doen van het verzoek leidt dus al tot de opschorting.
4.8.2 Advisering Inzake beroepen De Afdeling bestuursrechtspraak maakt desgevraagd bij de behandeling van beroepszaken op grond van de Wro voor een ‘deskundigenbericht’ gebruik van de Stichting kantoor huren leiden Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (art. 8.6, 8.7 en 8.8 Wro) over ruimtelijkeordeningsonderwerpen. Op verzoek van de administratieve rechter brengt de stichting ook deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten als het onderwerpen betreft die samenhangen met de ruimtelijke ordening. Bij bestemmingsplannen doen zich vaak vraagstukken voor waarbij lokale kennis nodig is: door medewerkers van de stichting kan een bezoek ter plaatse worden gebracht.

Schade en de vergoeding

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Schade en de vergoeding Twee soorten schade komen voor vergoeding in aanmerking: de directe (eigenlijke) en de indirecte (oneigenlijke) planschade. Directe planschade. Hiervan is sprake als belanghebbenden kantoor huren deventer rechtstreeks in de gebruiksmogelijkheden van hun onroerende zaak zijn beperkt, bijvoorbeeld door het vervallen van een bepaalde bouwmogelijkheid. Indirecte planschade of uitvoeringsschade. Hiervan is sprake als de feitelijke realisering van het bestemmingsplan schade veroorzaakt; bijvoorbeeld het woongenot wordt beperkt door uitzichtbelemmerende bouw.
Onder de indirecte planschade kan immateriële schade vallen, bijvoorbeeld aantasting van de privacy. Dergelijke schade valt ook onder schade ex art. 6.1 Wro, maar wordt niet apart vergoed indien ze is kantoor huren zoetermeer verdisconteerd in de vergoeding voor de waardedaling van de onroerende zaak.
Tijdstip ontstaan schade Schade kan ontstaan zodra een besluit in werking is getreden: een bestemmingsplan kan bijvoorbeeld in werking zijn getreden, waarna een bouwvergunning wordt afgegeven die de waarde doet dalen van een naburige woning. De eigenaar van de woning lijdt schade hoewel het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is. In beroep zou het bestemmingsplan wellicht vernietigd kunnen worden.
178 4 Wet ruimtelijke ordening
In de uitspraak ABRvS van 15 januari 2003, AB 2003/121 ging de Afdeling ‘om’ ten opzichte van eerdere uitspraken: ‘Aangezien kantoor huren veenendaal een dergelijk besluit (i.c. een vrijstelling) in bedoelde periode schade kan hebben veroorzaakt die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoort te blijven, is de Afdeling thans – anders dan voorheen – van oordeel, dat die schade voor vergoeding in aanmerking kan komen op de voet van art. 49 WRO (art. 6.1 Wro is de opvolger van art. 49 WRO), indien het schadeveroorzakende besluit nadien alsnog onherroepelijk wordt. In dat geval is niet de datum van onherroepelijk worden, maar de datum waarop het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit rechtskracht verkrijgt beslissend voor het antwoord op de vraag of tengevolge van het nieuwe planologische regime schade is geleden. Hoewel, zoals hiervoor is overwogen, schade kan zijn veroorzaakt door een besluit dat nog niet onherroepelijk is, is de datum van onherroepelijk worden van dat besluit voor de besluitvorming niet zonder betekenis. Tot dat moment bestaat immers de mogelijkheid van vernietiging van (de kantoor huren leiden rechtsgevolgen van) genoemd besluit, in welk geval de gestelde schade niet op de voet van art. 49 WRO voor vergoeding in aanmerking kan komen. Hieruit volgt dat op een verzoek om schadevergoeding ex art. 49 WRO eerst inhoudelijk kan worden beslist na de datum van onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. Een dergelijk verzoek dient derhalve na laatstgenoemde datum te worden ingediend.’

De vergunning

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De vergunning treedt, evenals de aanlegvergunning, zeven weken na de dag waarop zij bekend is gemaakt, in werking (art. 3.20 lid 7 Wro). De vergunning kan ook worden ingetrokken als blijkt dat de vergunning ten onrechte is verleend of de werkzaamheden niet zijn begonnen of gestaakt, of in kantoor huren deventer strijd wordt gehandeld met beperkingen waaronder de vergunning is verleend of met de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden (art. 3.21 Wro).
Ontheffingen Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders van bij het plan aan te geven regels ontheffing kunnen verlenen (art. 3.6 lid 1 onder c Wro). Dit zijn de binnenplanse ontheffingen. Er zij ook ontheffingen mogelijk op grond van de Wro zelf, de buitenplanse ontheffingen. Het gaat om de ontheffing met het oog op de voorziening in een kantoor huren zoetermeer tijdelijke behoefte voor een bepaalde termijn (art. 3.22 Wro); de ontheffingen die in het Bro staan vermeld (art. 3.23 Wro).
Tijdelijke ontheffing Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op de voorziening in een tijdelijke behoefte voor een bepaalde termijn – maximaal vijf jaren – ontheffing verlenen van een bestemmingsplan (art. 3.22 lid 1 Wro). Bekende voorbeelden zijn de bouwkeet of het tijdelijke gebouw, waar alleen behoefte aan is gedurende de bouwtijd van het definitieve gebouw.
Soms is een gebied te kwetsbaar kantoor huren veenendaal voor tijdelijke voorzieningen: bij een bestemmingsplan kan het verlenen van de tijdelijke ontheffing worden uitgesloten. Omdat een tijdelijke ontheffing misbruikt zou kunnen worden om tijdelijke voorzieningen permanent in stand te laten, zijn er enkele bijzondere verplichtingen aan verbonden: van iedere tijdelijke ontheffing moeten burgemeester en wethouders onverwijld een afschrift aan de inspecteur ruimtelijke ordening (de door de minister van VROM aangewezen ambtenaar) sturen. Na het verstrijken van de gestelde termijn is degene aan wie de ontheffing is verleend of zijn rechtsopvolger onder algemene titel verplicht de met het bestemmingsplan strijdige situatie te zijner keuze hetzij in de oorspronkelijke toestand te herstellen hetzij met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen.
162 4 Wet ruimtelijke ordening
Volgens art. 4.2.1 Bro bevat een tijdelijke ontheffing in elk geval een geometrische plaatsbepaling van het werkingsgebied en van de eventueel daarbinnen aangebrachte onderscheidingen.
Ontheffingen in het Besluit ruimtelijke ordening Voor de kleinere afwijkingen van het bestemmingsplan die in art. 4.3.1 Bro staan genoemd, mogen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen op grond van art. 3.23 Wro. Opgenomen zijn aan- of bijgebouwen, kantoor huren leiden kassen, gebouwen ten behoeve van een openbare nutsvoorziening, het openbaar vervoer of het wegverkeer, voor zover zij voldoen aan de in het besluit aangegeven grenzen, en antenne-installaties als bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en lichtvergunningplichtige bouwwerken. Daarnaast zijn opgenomen het gebruik van een terrein ten behoeve van jaarlijks terugkerende evenementen, zoals zomerfeesten, schuttersfeesten en kermissen.

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Nadere eisen Onder art. 3.6 lid 1 onder d Wro wordt de mogelijkheid geboden nadere eisen te stellen ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen. Hierbij kan gedacht worden aan kantoor huren deventer nadere eisen ten aanzien van de dakhelling bij karakteristieke bebouwing of aan de situering van een bouwwerk binnen een bouwblok. Ook hierbij geldt de eis dat de belanghebbenden bij de voorbereiding moeten worden betrokken.
Als de exacte plaats van de bebouwing nog moet worden vastgesteld, staat in het plan meestal een globale plaatsaanduiding, eventueel gecombineerd met een bepaald maximum bebouwingspercentage kantoor huren zoetermeer naast de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om aan de plaats van het bouwwerk nadere eisen te stellen. Hieruit blijkt ook het verschil tussen de ontheffing enerzijds en de nadere eis anderzijds. De ontheffing houdt binnen objectieve grenzen een verruiming in van datgene wat binnen de aangegeven bestemming is toegestaan, terwijl de nadere eis een precisering of invulling van de gestelde voorschriften inhoudt.
De ontheffingen en nadere eisen zijn bedoeld voor concrete gevallen, bijvoorbeeld bij aanvragen van een bouwvergunning. Nadere eisen mogen bijvoorbeeld niet worden gesteld in algemene kantoor huren veenendaal zin; het is geen nadere stedenbouwkundige regeling voor een gebied. De ontheffing mag niet worden geweigerd vanwege nieuwe planologische inzichten die buiten het kader van het bestemmingsplan vallen.
• Voorbeeld Indien op grond van zo’n nieuw inzicht geen verdere uitbreiding van zomerhuisjes mag plaatsvinden, mag niet op die grond een ontheffing geweigerd worden die betrekking heeft op een onderlinge afstandsmaat van zulke huisjes. Het nieuwe inzicht kan pas effect krijgen als tijdig kantoor huren leiden een voorbereidingsbesluit is genomen of een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage is gelegd. (ABRvS 11 december 1998, AB 1999/228)
Het geven van een ontheffing en het stellen van een nadere eis zijn besluiten waartoe burgemeester en wethouders beleidsvrijheid hebben. Men is echter bij beleidsvrijheid beperkt omdat het besluit in beroep wordt getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Een lager orgaan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het besluit van de regering om een besluit van een lager orgaan te vernietigen neemt zij pas na zorgvuldig onderzoek. Dit kan enige tijd in beslag nemen. Zolang zij het besluit tot vernietiging niet heeft genomen, blijft kantoor huren deventer het besluit in werking. Dit kan tot ongewenste situaties leiden. Daarom is ook de bevoegdheid toegekend om voorafgaande aan vernietiging van een besluit, dit alvast te schorsen (art. 10:43 Awb).
Voorschriften met betrekking tot goedkeuring en vernietiging Besluiten tot goedkeuring, schorsing of vernietiging zijn besluiten als bedoeld in de Awb. Dit houdt echter niet in dat tegen deze besluiten zonder meer de algemene rechtsbeschermingsmogelijkheden van de Awb openstaan. Tegen goedkeuringsbesluiten (en besluiten tot weigering van goedkeuring) is beroep kantoor huren zoetermeer mogelijk bij de rechtbank, zonder voorafgaande bezwaarschriftenprocedure (art. 7:1 lid 1 sub b Awb). Alleen voor een besluit tot goedkeuring van een algemeen verbindend voorschrift en een beleidsregel bestaat een uitzondering. In art. 8:2 onder c Awb is geregeld dat geen beroep mogelijk is tegen een besluit inhoudende de goedkeuring van een dergelijk besluit. In beginsel staat wel beroep open tegen een besluit houdende de weigering van goedkeuring van een algemeen verbindend voorschrift. Tegen kantoor huren veenendaal besluiten tot schorsing en vernietiging kan geen beroep worden ingesteld (zie art. 8:4 aanhef en sub a Awb).
Het recht van de Kroon om besluiten van lagere organen te vernietigen, moet goed worden onderscheiden van de bevoegdheid van de rechterlijke macht om besluiten van overheidsorganen te vernietigen. De rechter treedt alleen op wanneer een geschil aan hem ter beslissing wordt voorgelegd. Het recht kantoor huren leiden van de Kroon om een besluit te vernietigen is een algemene bevoegdheid, zonder dat er een geschil aan ten grondslag ligt. Het oogmerk van de rechter is ook anders dan dat van de Kroon: de rechter beslist een geschil, de Kroon waakt over de eenheid van de staat.

Bestuursrecht algemeen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bezwaar- en beroepstermijn De algemene termijn voor het indienen van bezwaar- en beroepschriften is op zes weken bepaald in art. 6:7 Awb. Op deze termijn is de Algemene termijnenwet van toepassing. Indien een termijn eindigt op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag kantoor huren deventer wordt de termijn verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag. De bezwaar- en beroepstermijn begint te lopen één dag na verzending van het besluit. De dag van ontvangst van het besluit is doorgaans de eerste dag van de termijn. Indien een besluit per post is verzonden, wordt het bezwaar- en beroepschrift geacht tijdig te zijn ingediend indien het voor het einde van de termijn van zes weken ter post is bezorgd, mits het niet langer dan een week na afloop van de termijn bij het bestuursorgaan is ontvangen (art. 6:9 Awb).
3.3.2 Geen schorsende werking Een besluit treedt in het algemeen in werking na bekendmaking. Vanaf dat kantoor huren zoetermeer moment kan van het besluit gebruik worden gemaakt. Het indienen van bezwaar en beroep doet aan de werking van een besluit niets af, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald (art. 6:16 Awb). Dit betekent dat van een besluit gebruik kan worden gemaakt ondanks een ingesteld bezwaar of beroep. De socialeverzekeringswetgeving kent op deze regel vaak een uitzondering (art. 19 Beroepswet). De bepaling van art. 6:16 Awb kan vervelende gevolgen hebben voor een belanghebbende.
•Voorbeeld Wanneer de gemeente een bestuursdwangaanschrijving tot afbraak van een illegale schuur tot iemand heeft gericht en de aangeschrevene dient hiertegen een bezwaarschrift in, dan hoeft dat de gemeente niet te beletten om de bestuursdwang te effectueren en de schuur af te breken. Een ander voorbeeld: Peeters maakt bij het college van burgemeester en wethouders bezwaar tegen de aan zijn buurman Heijckers verleende bouwvergunning voor een kantoor huren veenendaal garage. Tegen de tijd dat het college op het bezwaarschrift heeft beslist, staat de garage van Heijckers er al.
In de in het voorbeeld gegeven situaties komt een bezwaar- en beroepschrift eigenlijk te laat. Het kwaad is dan al geschied. Daarom bepaalt art. 8:81 Awb dat op het moment dat bezwaar of beroep is ingesteld, aan de voorzieningenrechter van de rechtbank om een zogenoemde voorlopige voorziening kan worden gevraagd. Een voorlopige voorziening is: een voorlopige uitspraak voor de duur van de bezwaarprocedure, de zogenoemde bodemprocedure. Als op het kantoor huren leiden bezwaar is beslist, vervalt de voorlopige voorziening. Om een voorlopige voorziening te vragen, geldt echter de eis dat er spoed aanwezig is, gelet op de betrokken belangen.

Belangenafweging

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voor belangenafweging is geen plaats bij de beoordeling van een aanvraag van een bouwvergunning, wanneer de aanvraag exact voldoet aan de eisen van de Woningwet. De bouwvergunning zal moeten worden verleend, ook al is dat absoluut niet in het belang van bijvoorbeeld een flexplek huren almere buurman.
Verbod van détournement de pouvoir In art. 3:3 Awb is een oude regel van bestuursrecht opgenomen, die deels ontleend is aan rechterlijke uitspraken, maar die ook reeds was opgenomen in de Ambtenarenwet van 1929, namelijk: een bestuursorgaan mag een bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel gebruiken dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven. Rechterlijke uitspraken hierover zijn schaars, omdat het bewijs moeilijk rond is te krijgen.
• Voorbeeld De flexplek huren nijmegen gemeente Zandvoort maakte misbruik van haar bevoegdheid toen zij woonruimte vorderde van een inwoner, omdat die een onredelijk hoge huur voor de woning vroeg. De regeling op grond waarvan de gemeente mocht vorderen, had echter niet het regelen van huurprijzen als oogmerk, maar het bewerkstelligen van een doelmatige verdeling van de woonruimte (HR 14 januari 1949, Nj 1949, 557, Zandvoort). Een ander voorbeeld betrof het volgende. Hornkamp stelde dat de gemeente Alkemade een onrechtmatige daad jegens hem had gepleegd. Hornkamp grondde zijn vorderingen op de stelling dat de gemeente Alkemade door haar medewerking afhankelijk te stellen van vervulling van haar wensen op het gebied van de woonruimteverdeling en van betaling van een bijdrage in de kosten van de wijziging van het bestemmingsplan, haar publiekrechtelijke bevoegdheden voor een ander doel had gebruikt dan waarvoor ze zijn gegeven, dat de overeenkomst daarom in strijd was met de wet en dus nietig en dat de gemeente aldus jegens Hornkamp een onrechtmatige daad had gepleegd. De rechtbank flexplek huren amsterdam verwierp deze stelling, het hof oordeelde haar gegrond. Het hof had met juistheid overwogen dat de bevoegdheden die de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) aan de gemeente verleent, alleen strekken tot de behartiging van haar planologische belangen. Voorts geldt dat ingevolge art. 19 lid 1 laatste volzin WRO in verbinding met art. 15 lid 3 WRO, aan de vrijstelling bedoeld in art. 19, slechts voorwaarden mogen worden verbonden ter bescherming van de belangen ten behoeve waarvan de bepalingen, waarvan vrijstelling wordt verleend, in het be
90 3 Bestuursrecht algemeen
stemmingsplan zijn opgenomen. Het hof had dan ook terecht overwogen dat de gemeente aan het herzien van of het verlenen van vrijstelling van het geldende bestemmingsplan geen voorwaarden kon verbinden ter behartiging van de door haar gewenste woonruimteverdeling. Het hof had voorts aangenomen dat aan de in december 1990 tussen de gemeente en Hornkamp tot stand gekomen overeenkomst slechts deze betekenis toekwam, dat de gemeente haar medewerking aan de gevraagde vrijstelling afhankelijk stelde van Hornkamps aanvaarding van de voorwaarden bij wege van contractuele verplichting. In het licht van dit alles had het hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De gemeente had door (indien zij geen termen aanwezig achtte om aan de verzochte flexplek huren arnhem  vrijstelling niet mee te werken, medewerking daaraan te weigeren) haar medewerking afhankelijk te stellen van de contractuele aanvaarding door Hornkamp van de voorwaarde betreffende verkoop of verhuur aan uitsluitend ingezetenen en/of economisch gebondenen van de gemeente, haar bevoegdheid gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij was verleend, en dat de aldus met schending van het verbod van détournement de pouvoir overeengekomen voorwaarde in strijd was met de openbare orde en daarom nietig. (HR 3 april 1998, nr. 16.563, Gst. 1998, 7079, nr. 3)

Verdrag tot oprichting

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Intergouvernementele en supranationale organisaties Internationale organisaties kunnen worden onderscheiden in intergouvernementele en supranationale organisaties.
Kenmerkend voor een intergouvernementele organisatie is dat de deelnemende staten niet tegen hun wil aan de flexplek huren almere besluiten van deze organisaties kunnen worden gebonden. Evenmin kunnen de besluiten van deze organisaties directe rechten aan de burgers geven of aan hen rechtstreeks verplichtingen opleggen. Dit kan alleen wanneer de grondwet van het deelnemende land dit toestaat of wanneer het desbetreffende land het besluit van de organisatie omzet in een eigen nationale wet.
Daarentegen kunnen de deelnemende staten wel tegen hun wil worden gebonden aan besluiten van supranationale organisaties. Belangrijk is verder dat supranationale organisaties zelf hun besluiten kunnen uitvoeren en daartoe rechtstreeks aan de burgers van de staten regels kunnen flexplek huren nijmegen opleggen, zelfs in die staten die tegen deze regels hebben gestemd.
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Europese Gemeenschappen is een verzamelnaam voor twee internationale organisaties: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); de Europese Gemeenschap (EG), tot 1993 geheten de Europese Economische Gemeenschap; de EG (toen nog EEG) is opgericht bij het Verdrag tot oprichting van flexplek huren amsterdam de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag).
Per 1 november 1993 (Verdrag van Maastricht) is niet meer sprake van de Europese Gemeenschap (EG) maar van de Europese Unie (EU).
Naast Nederland zijn anno 2003 lid van de EU: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Engeland, Ierland, Denemarken, Griekenland, Spanje, Portugal, Zweden, Finland en Oostenrijk. Op 1 mei 2004 flexplek huren arnhem zijn nog acht landen toegetreden uit het voormalige oostblok: Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië alsmede Cyprus en Malta.

Deconcentratie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ook in een vanuit een centraal punt geleid land ontkomt men er niet aan om verspreid over het land diensten te hebben. De afstand tot de burgers wordt anders letterlijk wel erg groot. Van deconcentratie is sprake wanneer organen van de rijksoverheid hun ambtelijke diensten verspreiden over flexplek huren almere het land, zodat ze beter kunnen functioneren. Voorbeelden zijn: de Belastingdienst, de Inspecties van de Volksgezondheid en het Openbaar Ministerie. De gedeconcentreerde diensten blijven direct onder het gezag van het centrale orgaan werken. Het werkterrein valt vaak samen met het grondgebied van een niet-centraal overheidsorgaan, bijvoorbeeld een provincie. Inspecties van de Volksgezondheid zijn provinciaal georganiseerd; belastinginspecties regionaal.
Decentralisatie Decentralisatie is een vorm van spreiding van overheidsgezag waarbij taken en bevoegdheden worden overgedragen aan lagere overheden, die zelf verantwoordelijk zijn voor de uitoefening van deze bevoegdheden. De decentralisatie kan territoriaal zijn, dat wil zeggen flexplek huren nijmegen dat een vrij algemeen pakket van overheidstaken in een bepaald gebied door een ander orgaan (provincie, gemeente) wordt uitgeoefend. Als de wet het toestaat, mag ook verdergaand gedecentraliseerd worden: in grotere steden hebben gemeenteraden grote delen van hun bevoegdheid ‘door-gedecentraliseerd’ naar deelraden. Naast territoriale decentralisatie is er sprake van functionele decentralisatie. Dat houdt in dat een bepaalde omschreven overheidstaak door een ander orgaan flexplek huren amsterdam wordt vervuld in het gehele gebied van de staat; bijvoorbeeld de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (zie daarvoor subpar. 2.5.4).
Het verschil tussen territoriale en functionele decentralisatie kan schematisch worden weergegeven als in tabel 2.1.
Alleen de specifieke bevoegdheden gerichtop de gegeven taakstelling
Bij decentralisatie kan, naast flexplek huren arnhem het onderscheid in functionele en territoriale decentralisatie, nog een ander onderscheid worden gemaakt, namelijk tussen autonomie en medebewind.

Verdeling staatsmacht

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Verdeling staatsmacht Voor het vastleggen en handhaven van de regels in de staat is gezag nodig. Men noemt dat het staatsgezag of de staatsmacht. Deze staatsmacht wordt soms uitgeoefend door één orgaan; in het algemeen zijn er meerdere organen bij betrokken. Het gevaar bestaat dat deze flexplek huren almere organen in de verleiding komen de macht naar eigen goeddunken uit te oefenen en geen rekening meer te houden met het oordeel van de staatsburgers. Om dat te voorkomen, is het veelal de gewoonte de totale staatsmacht te splitsen en te verdelen over verschillende organen. Vaak hebben die verschillende organen elkaar nodig bij het uitoefenen van het hun toekomende deel van de macht. Zij kunnen elkaar tot op zekere hoogte controleren of moeten aan elkaar verantwoording afleggen. In het flexplek huren nijmegen algemeen wordt in de westerse staten de totale staatsmacht horizontaal in drieën gedeeld, en wel in: een wetgevende macht; een uitvoerende macht (of bestuur); en een rechtsprekende macht.
Deze driedeling van de macht wordt de leer van de trias politica genoemd. Grondlegger van deze leer was de Franse 18de-eeuwse rechtsgeleerde Montesquieu. Naast deze horizontale verdeling van de staatsmacht is bovendien een ‘verticale’ verdeling doorgevoerd, in die zin dat een groot deel van de overheidstaak (met name wetgevende en bestuurlijke taken) aan ‘lagere’ overheidslichamen is overgedragen. Dit verschijnsel noemt men decentralisatie. Zulke overheidslichamen zijn bijvoorbeeld de provincies en de gemeenten. Om de eenheid van de staat te waarborgen, oefent de centrale overheid in meerdere of mindere mate toezicht op hen uit.
2.1 .5 Bronnen van het staatsrecht De regels voor de samenstelling en taak van de met staatsgezag beklede organen én de regels waaraan deze organen zich bij de uitoefening van hun macht moeten houden, noemt men het staatsrecht. Als belangrijkste bronnen van staatsrecht kunnen, naast de flexplek huren amsterdam eerdergenoemde bronnen van recht in het algemeen, worden genoemd: a internationale overeenkomsten; b de Grondwet; c het Statuut van het Koninkrijk; d organieke wetten; e het ongeschreven recht (gewoonterecht).
Ad a Internationale overeenkomsten Internationale overeenkomsten (ook wel verdragen genoemd) vormen een belangrijke bron voor het Nederlandse staatsrecht. Internationale overeenkomsten zijn afspraken tussen twee of meer staten, waarbij vaak internationale organen in het leven worden geroepen. Zo zijn op flexplek huren arnhem grond van het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (nu de Europese Unie, EU) in het leven geroepen: de Europese Raad, de Europese Commissie, het Europese Parlement en het Hof van Justitie.